
Uit de studie Post-growth City: tien principes voor alternatieve ontwikkelmodellen.
Voor ons maartnummer dook journalist Kees de Graaf in de wereld van het geld. Hij ontdekte dat steeds meer investeerders en beleggers die zich bezighouden met gebiedsontwikkeling duurzaamheid en maatschappelijk ondernemen hoog in het vaandel hebben. Toch is er nog een wereld te winnen om te zorgen dat de geldstromen die de stad invloeien ook daadwerkelijk leiden tot duurzame gebouwen, aangename buurten, rechtvaardige steden en gezonde leefomgevingen.
Tekst: Mark Hendriks
De innige band tussen ruimtelijke ordening en de financiële wereld leidt nog altijd tot onwenselijke situaties, waarbij prijsopdrijving en winstmaximalisatie publieke ambities in de weg staan. Om in ieder geval de uitwassen uit te bannen – buitenlandse investeerders die sociale woningbouw opkopen; grondspeculatie met prijsopdrijving tot gevolg; de obsessie met rendementen om aandeelhouders tevreden te houden – moet het dominante discours doorbroken worden.
De studie Post Growth City van Crimson en Bura – opgenomen in het jaarboek dat we eind 2024 publiceerden – is een poging hiertoe. De bureaus verkennen ontwikkelmodellen die niet gestoeld zijn op economisch groeidenken en waarin vastgoed- en gebiedsontwikkeling niet langer beschouwd worden als middelen om in korte tijd tot financiële waardevermeerdering te komen. Zo’n koerswijziging is niet van de ene op de andere dag door te voeren, schrijven ze. ‘Rendementen van projecten zijn bijvoorbeeld gekoppeld aan pensioenfondsen, opbrengsten en de marktvraag aan de renteontwikkeling. Bovendien zijn veel processen gesloten, waardoor eigendomssituaties lang niet altijd openbaar zijn en burgers niet in staat om invloed uit te oefenen op de verdeling van waarde.’
Niettemin doen ze concrete suggesties die een post-groeistad (lees: rechtvaardig en duurzaam) dichterbij kunnen brengen. Denk aan coöperatieve vormen van ontwikkeling waarbij objecten of woonconcepten eigendom zijn van een gemeenschap. Die opereren zonder winstoogmerk, waardoor al het beschikbare geld uitgegeven kan worden aan maatschappelijke en publieke doeleinden. Het is dan wel zaak dat banken zulke collectieven financieel ondersteunen en dat hen grond beschikbaar wordt gesteld – concurreren op de grondmarkt met ontwikkelaars of beleggers kunnen ze niet.
Ook de overheid heeft knoppen om aan te draaien. De invoering van een grondbelasting kan speculatie ontmoedigen en een planbatenheffing zorgt dat de markt- en werkelijke waarde – die bijvoorbeeld na een bestemmingswijziging ver uit elkaar zijn komen te liggen – weer in balans komen. Het afschermen van de markt kan helpen om stukken land ten dienste te stellen van de gemeenschap, bijvoorbeeld via een community land trust.